Blog Image

Roel Bosch

Over dit blog

Beschouwingen en teksten, columns en artikelen.
Vrij gebruik in context waar de teksten tot hun recht komen, met auteursvermelding.

Trektocht door de wereld van geloof

Columns, Kerk en kerkgeschiedenis Posted on vr, juni 28, 2024 15:47:45

‘En toen stond hij op, een oude man, kwetsbaar en frèle, wat voorovergebogen, en hij zei in een volle kamer “sorry, je weet wel waarvoor. Ik had het helemaal fout toen ik zei dat je een duivelse weg opging. Ik loop er al jaren over te denken en nu moet ik het zeggen.” Ik vond dat zo bijzonder, zo mooi, dat hij de kracht had om dat te doen, zo, hier.’


Hier was Joukje aan het woord, een Nederlandse vrouw die koos voor het Baha’i-geloof, en daar lange tijd vreemd op was aangekeken – of zelfs om was verketterd. We zaten in een grote kring, ruim 30 mensen, in een ontmoetingsruimte van het Alevitisch Cultureel Centrum Rijnmond in Schiedam. Een rustpunt in onze trektocht door de wondere wereld van geloven en levensbeschouwing in een stad waar mensen uit alle streken van de wereld zijn neergestreken. Het is theater maar ook weer niet: de acht spelers zijn zichzelf. Het verhaal van Joukje sloot aan bij het verhaal dat we op deze plaats hoorde over de Alevitische ‘Cem’. Dat is de grote samenkomst een paar keer per jaar, waar je alleen aan mee mag doen als je vrede hebt met allen om je heen. Verzoening, sorry kunnen zeggen, terug durven komen op een mening van vroeger, en ruimte bieden voor die vraag die een toekomst weer samen opent. Dat je samen het brood weer kunt breken!
Onze tocht begon op een plein in de wijk Nieuwland. Een ‘oude nieuwe wijk’, in de jaren 1950 gebouwd, na de grote woningnood na de oorlog. In 75 jaar veranderde de wijk van karakter: de vier kerken van toen zijn gesloten, gesloopt of ze kregen een ander doel. In een zit nu een evangeliegemeente, in een andere het Alevitisch centrum, de derde transformeerde tot woningen, op de plaats van de vierde is een nieuw groot Islamitisch centrum met moskee gebouwd. De metro verbindt de wijk met de hele Rijnmond, rechtstreeks naar Spijkenisse of Rotterdam Beurs.
In de moskee heette de jongste deelnemer, Hüdanur, een jonge vrouw van 18, ons welkom. Ze vertelde hoe ze vanaf haar jonge jaren hier kwam, speelde, vrienden kreeg, haar familie meemaakte, zich thuis voelde. Hoe zij haar vriendinnen vond, met wie ze alles deelt. Blijft dit zo? Is het voor de jonge meisjes van nu ook zo’n plek, of zoeken die het op een andere manier? Waar vinden zij hun vrienden, welke gemeenschap helpt ze groot te worden, zelfstandige mensen? Het raakte haar en ons, haar vraag te delen. Welk dorp helpt kinderen groot te worden?


We wandelden verder, twee aan twee of drie. Welke gemeenschap laat jou groeien? Het was een mooie vraag, die tegelijk ook een opening gaf naar uitwisseling van achtergronden. Mijn gespreksgenoten, beiden uit de Islamitische traditie, verschillen van mening over de opvatting dat een man meer vrouwen kan hebben. ‘In een samenleving van veel mannen die in een oorlog sterven is het een daad van ontferming om overgebleven vrouwen een toekomst te bieden.’ ‘Maar dat hoeft toch niet zó?’, zegt de ander
Het begin van de stad vormt het einde van de trektocht, deze pelgrimage: de Korenbeurs op de Dam. Nu is het de bibliotheek geworden, een beurs, een ruimte voor ontmoeting en uitwisseling. Op vele plaatsen spraken de boeken ons nu toe; de spelers lazen ieder uit hun eigen heilige boek een favoriete passage, Rumi, Bijbel, Qor’an, Baha’ullah, Wicca, Bektash Veli. Totdat ze bij elkaar kwamen, en zichzelf nog eenmaal voorstelden. ‘Ik ben een mens … voor mij …’ – en woorden van inspiratie, geloof, overtuiging, verbondenheid wisselden elkaar af. In een spreekkoor weefden teksten door elkaar, totdat de laatste tekst alleen klonk, artikel 7 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:
Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.
Om de kring heen bloeide het applaus op. De spelers namen buigend de dank in ontvangst. Op één na, zij maakte een reverence. Zoals ze me na afloop vertelde, ‘ik buig alleen voor Allah, niet voor mensen’. Geloven, een manier om zelfstandig te leven én samen dat leven te delen.

De maker van de voorstelling, Sophie Mantel, zet zich in haar werk in voor ‘het andere kijken’: haar kunst neemt mensen mee, laat ze zich thuis voelen bij elkaar en tegelijk het anders-zijn van de ander aanvaarden. De voorstelling in Schiedam wordt zes keer gespeeld. Boeken moet vooraf, via de website, die mogelijkheid biedt om te betalen naar draagkracht. https://www.trektocht.org/



Moral clarity, moral courage

Columns, Kerk en kerkgeschiedenis Posted on ma, mei 20, 2024 08:13:23

Morele helderheid, morele moed, een geweten met helderheid en moed – hoe vertaal je die vier Engelse woorden, met die sterke K-klank, clarity, courage? In ieder geval spelen ze in mijn hoofd sinds ik ze las, in het appje dat Sonya Visser me stuurde, op de morgen van Pinksteren. Ze zou wat zeggen, omdat ze terug was in de kerk waar haar grootouders zoveel jaren hadden gezeten. Vanuit Canada hadden de verhalen al indruk gemaakt maar nu was ze hier. Ze had mensen gevonden die met haar opa en oma hadden samengewerkt. Ja, ze zou graag lezen uit de bijbel, het Pinksterverhaal in het Engels, ja, ze zou graag wat zeggen.

Dit was haar verhaal (eerst mijn vertaling, dan de Engelse tekst):

Gisteren hadden we de eer er bij te zijn, toen de gedenkstenen voor onze grootouders Hendrik en Elisabeth Visser-Baars, hier dichtbij voor hun woonhuis, Eikenlaan 21, onthuld werden.
Meer dan twee jaren hebben ze daar de Joodse vrouw Elly Blazer verborgen gehouden. Zij was toen 22.
Gisteren hadden we ook een bijzondere lunch met de dochter van Elly en familie, die ook bij de steenlegging waren, en met Nanneke en Dingeman Coumou. Hun familie werd ook geëerd, met een onthulling voor Lindenlaan 7.


Onze grootouders waren ook betrokken bij andere ondergrondse activiteiten. Ze werkten daarin nauw samen met anderen uit deze kerk, onder anderen de families van Hulzen, Kollaard en Coumou.
Het is een voorrecht om hier bij jullie te zijn, in de kerk en de gemeenschap waar onze grootouders en vader niet alleen op zondag zaten, maar die hen ook vormde tot mensen met een sterke morele helderheid en morele moed.
Hier hoorden ze de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, en de morele verplichting om voor vreemdelingen te zorgen, en om dat te doen wat in Gods ogen goed is, ook al kost het veel.
Hier hoorden ze ook over Gods speciale band met de Joden in het Oude Testament, en de beloften van zijn verbond met Abraham.
In mei 1945 schreef Benjamin Blazer een brief om zichzelf te introduceren, en de Vissers te bedanken voor het redden van zijn dochter Elly. Daarin schreef hij dat hij zag dat hun christelijk geloof hen ertoe had gebracht iets te doen dat hen in levensgevaar had gebracht, en dat voor hem juist zo heel belangrijk was.
Zijn vrouw en andere dochter waren in Auschwitz vermoord. Zelf was hij onderweg ontsnapt. Hij schreef: Joden en christenen hebben meer gemeen dan de meeste mensen denken. Bijvoorbeeld: wij volgen dezelfde Tien geboden. En Jezus was een kind van het Oude Testament. En vooral: u hebt ten diepste begrepen dat elk menselijk leven waardevol is,
en de stem van het Nieuwe Testament gehoord, die oproept om te zorgen voor de meest kwetsbaren,
en de stem van Christus om anderen lief te hebben als onszelf.
Deze overtuiging is hen bijgebracht in deze kerk, waar mijn vader geboren was, en waar hij opgroeide, en die hij bijna elke zondag bezocht totdat de familie emigreerde naar Canada toen hij 22 was.
Daarom is de trots die wij hebben omdat onze grootouders als Righteous Gentiles, Rechtvaardigen uit de volken, worden geëerd, die trots die wij als kleinkinderen hebben, ook de trots die jullie mogen hebben, als de gemeenschap die hen vormde en steunde.
Hendrik en Elizabeth Visser redden uiteindelijk Elly, en anderen, om eer te brengen aan God. Dat doen wij dus nu ook, samen met jullie, hun thuisgemeente.



De Engelse tekst, van Sonya Grypma-Visser:
Yesterday we had the honour of witnessing the unveiling of memory stones commemorating our grandparents, Hendrik and Elisabeth Visser-Baars at their former home, close by here at Eikenlaan 21. For over 2 years they hid the Jewish woman Elly Blazer, then 22. Yesterday we also had a meaningful lunch with her daughter and family, who also attended the event – not to mention a lovely visit with Nanneke and Dingeman Coumou, whose family was also honoured, with an unveiling at Lindelaan 7.
Our grandparents were quite involved in other underground activities as well, and worked closely with others from this church, including the Van Hulzen, Kollaard, and Coumous families.
It is a privilege to be here with you, in the church and community that is not only where our grandparents and father attended but that shaped them into people of strong moral clarity and moral courage.
It is here that they were taught Jesus’ parable of the Good Samaritan, and the moral obligation to care for strangers, and to do what is right before God, even when it costs.
Here they also learned about Gods special relationship to the Jews in the Old Testament, and of his covenant promises to Abraham.
When Benjamin Blazer wrote a letter to my grandparents in May 1945 introducing himself and thanking them for rescuing his daughter Elly, he recognized that it was their Christian beliefs that led them to do something so dangerous, and so important to him.
His wife and other daughter were killed in Auschwitz . He escaped enroute. And he wrote: as Jews and Christians we have more in common than most people think.
For example: We follow the same Ten Commandments. And Jesus, he wrote, was a child of the Old Testament. Mostly, he recognized that my grandparents, who Elly called Mama and Papa Visser for the rest of her life, understood deeply the intrinsic worth of all human beings, of the New Testament call to care for the most vulnerable, and of Christs call to love others as we love ourselves.
These beliefs were instilled in this church, where my father was born and raised and attended virtually every Sunday until the family immigrated to Canada when he was 22.
So the pride we have in our grandparents being honoured as righteous gentiles, the pride we have as grandchildren, is a pride you can share as well, as the community that shaped and supported them.
Ultimately Hendrik and Elizabeth Visser, rescued Elly, and others, to bring glory to God.
And so we, together with you, their home congregation, do so too.

Over de familie Visser, een korte samenvatting:
https://www.geheugenvanzeist.nl/articles/gedenksteentje-eikenlaan-21

Ook steentjes werden gelegd, bij de genoemde familie Coumou,
www.geheugenvanzeist.nl/articles/gedenksteentje-lindenlaan-7

Op 18 mei werden ook stenen gelegd bij Acacialaan 18a, voor de familie Beckman en hun onderduikers.
www.geheugenvanzeist.nl/articles/gedenksteentje-acacialaan-18a



de psalmen voor het moderne leven, 2

Kerk en kerkgeschiedenis, Liturgie en kerkmuziek Posted on zo, januari 24, 2021 21:29:14

Als Arthur Wragg de psalmen illustreert, verschijnt er net zo’n beeld als in het psalmboek zelf: dat van grote diversiteit. Aan de ene kant van het vouwblad zie je een louche tent, in grote neonletters DOLLE NON-STOP! Mensen laten het geld rollen, hun blikken zijn naar binnen gekeerd, hun hoeden bedekken hun gedachten, en geen van hen ziet het onheilspellende bord: De goddelozen zullen in de hel geworpen worden. De arme man of vrouw die dat bord omhoog houdt is geheel aan het zicht onttrokken. Val ons niet lastig. Psalm 82 in een notendop. (Afbeelding: zie de vorige bijdrage.)

Maar niet heel zijn boek ziet het somber in. Aan de andere kant van het vouwblad een heel andere wereld. Een kathedraal van hoge bomen, in diepe stilte zit een man geleund tegen een stam. Zijn fiets staat een boom verderop. Voorzeker, één dag in uwe voorhoven is meer dan duizend in mijne woning, Psalm 84:11. Ook de vrede vindt een plaats. En dan de vrede van de natuur, van de ceders, de beuken, de eiken. In deze zelfde tijd eisten arbeiders in Engeland de toegang op tot de natuur die rond de steden overvloedig aanwezig was, maar eigendom van grootgrondbezitters. Tegen de wet in gingen ze op de vrije zondag wandelen in afgesloten gebied, lieten zich arresteren, totdat er een koerswijziging plaatsvond en de natuur openbaar toegankelijk werd. Een zelfde beweging, maar iets minder fel, leidde in Nederland tot de Natuurvrienden, het NIVON.

Nog zo’n majestueus beeld kon deze bijbeltekst oproepen: Uwe groote daden wil ik vertellen, Psalm 145:6. Bijzonder hoe Wragg dan juist het beeld weergeeft van iemand die door een microscoop zit te turen naar iets wat heel klein is, vast en zeker tegelijkertijd heel bijzonder en groots.

Een andere opgeruimde psalm zingt van vrede tussen mensen, samenleven in harmonie, bij dag en bij nacht: Ziet, hoe goed, hoe liefelijk is het, als broeders eendrachtig samenwonen, Psalm 133:1. Je ziet een Engelse stadswijk, met bomen, groen, een perk, links in het donker, rechts in het daglicht. Twee honden groeten elkaar vriendelijk, mensen praten met elkaar, de een loopt met een brief naar de ander, of naar de brievenbus.

De psalm die wereldwijd en de tijden door misschien wel het meest bekend is: Psalm 23, krijgt een heel bijzondere plaat. Geen herder en geen schapen, geen diep dal van duisternis, maar het felle licht van de lampen op een operatiekamer, met mensen in volstrekte toewijding om de patiënt heen. Met daarbij de tekst: Ook al reis ik door een duister dal, ik vrees geen kwaad, want gij zijt met mij. (Psalm 23:4) Het operatieteam vertegenwoordigt de hoedende hand van God.

Hoe lezen we de prent bij Psalm 40:18? We zien een oude, magere vrouw, de dood in het gezicht, alleen op een stoel in een kamer. Maar de HEER zorgt voor mij, Gij zijt mijn hulp en mijn bevrijder, o mijn God, vertoef niet!, staat er naast. Is het een beeld van vertrouwen, van geloof op God? Is het een oproep om dat vertrouwen te steunen in daden van nabijheid en zorg? Hoe dan ook is de vrouw naar het leven geschetst. Arthur Wragg zag de psalmen landen in het leven van de mens, nu, in de moderne, bittere, harde tijd.

Bij De psalmen voor het moderne leven in de nieuwe vertaling van prof. dr. H. Th. Obbink, Baarn (1933), naar ‘The Psalms for modern life, interpreted by Arthur Wragg’.

– – –

De Psalmen voor het moderne leven – ze spatten van het papier.

In een vorige bijdrage: arm, rijk en onrecht.

In een volgende bijdrage: oorlog en vrede.

Daarna: inclusief lezen, vrouwen in de geïllustreerde psalmen.

Zie over Wragg:

Judy Brook, Arthur Wragg, 20th Century Artist, Prophet and Jester. Edited by Christopher and Helen Wright. Published by Sansom & Company, Bristol, England, 2001.



Samen vat je meer

Kerk en kerkgeschiedenis Posted on zo, oktober 21, 2018 20:16:00

We zien elkaar vaak op zondagmorgen bij de wisseling van
dienst. Als NoorderLichters vertrekken we na kerkdienst en koffie, de mensen
van de Mar Benyamin arriveren voor de mis. Dan groeten we elkaar, wisselen we
vragen en goede woorden uit. Nee, vreemden voor elkaar zijn we niet. Maar onze
diensten zijn toch wel heel anders. Nederlandstalig, met orgel of vleugel, lang
niet altijd avondmaal – bij ons. Bij Mar Benyamin in het Aramees, met onbegeleide
zang, elke viering met eucharistie, wierook, een lange en oude liturgie.

Ontmoeting moet op een ander moment plaatsvinden:
zondagmiddag. De Assyriërs komen uit Alkmaar, Breda, Werkendam, door de week
zijn ze hier niet. Deze zondag hadden we afgesproken met elkaar te spreken over
het jaarthema van de NoorderLicht, ‘In de steigers’. Als aanloop de
bijbeltekst, Efeziërs 3: 18, 19 : Dan
zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen
begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat,
opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

foto Samuel Ibrahim

Dan volgt een gesprek. Geen discussie, van acht tegen acht,
maar een onderlinge ontmoeting. Wie heeft jou geholpen de lengte en breedte van
Gods liefde te kennen? Wie maakte voor jou de weg met God begaanbaar? Welke steigers
hielpen, om je geloof stevigheid te bieden?

Het werd een rijke uitwisseling. Een aartsbisschop die een jonge
soldaat in het leger van Saddam Hoessein houvast bood in zijn christelijk
geloof. Een basisschool in het Noorden van Nederland die een jonge assyrische vluchteling
in dagelijks gebed en bijbellezing een schat meegaf. Een moeder die met vreugde het evangelie
deelde in de kerk in Den Haag. Een man met vele beperkingen die zicht had op
het Koninkrijk van God en het doorgaf. Iemand die de ruimte voelde om in de
kerkdienst zijn eigen weg te delen. Een vrouw die een ervaring die ze als kind
had, God zo dichtbij, nog voelde als was het de dag van gisteren.

Ook vragen kwamen langs. ‘Met
alle heiligen’
– wie zijn dat dan? Zijn dat die heiligen van de kerk van
Rome, waarvan enkelen de moord op mensen van onze kerk van het Oosten
aangemoedigd hebben? Of kan ik dat zijn, tegelijk door God aangenomen én
zondaar? Is ‘heilig’ toch niet vooral een woord van relatie, van wat je voor
een ander betekent? Geen statisch begrip, een vakje waar sommigen wel, de
meesten niet in thuis horen, maar een mens in wie de aanwezigheid van de Geest
te ervaren is?

Het goede, dat wat straalt, dat wat licht geeft, dat is het
heilige. Dat delen we met elkaar. En zo praten we, over wat allemaal zou ‘moeten’,
meer jonge kerkgangers, vaker bidden, en dat wat de ontvangen, vooral dat: de
genade van de ontmoeting in Christus naam. Of we nog vaker zo’n ontmoeting kunnen
hebben, zeggen we op het laatst. En onze gast, ds. Trinette Verhoeven, dankt de
Heilige voor de ontmoeting, hier en nu, en in het leven van alledag. En we
vragen om een vervolg. Want als ‘vreemden’, met andere achtergronden, leren we
elkaar beter kijken naar wie we zelf zijn. En naar wat we geloven. En blijken
we geen vreemden, maar kunnen we samen bidden, in het Nederlands en in het Aramees.
Amin!



Mobiele heiligheid

Kerk en kerkgeschiedenis Posted on vr, oktober 12, 2018 21:33:03

Wat is het geheim van een goede samenwerking tussen twee
kerken die samen één gebouw delen? Waarin versterk je elkaar, stimuleer je de
ander? Wat maakt dat het meer is dan een commerciële actie tussen een verhuurder
en een huurder?

Op een avond in het Wereldhuis in Houten zaten we in een
kring om daarover te kunnen spreken. ‘Connecting Churches’, hoe kunnen geloofsgemeenschappen
en kerken van hier en van overal vandaan samen het lichaam van Christus
verbeelden, in de samenleving? Lene, van de Assyrische kerk van het Oosten, vertelde
over de manier waarop zijn Mar Benyaminparochie zich thuis voelt in de
NoorderLichtkerk. In het gesprek dat ontstaat komen veel details boven tafel.
Maar één punt blijft ongenoemd. Gewoon, omdat westerse christenen, van protestantse
of evangelicale achtergrond, daar uit zichzelf niet opkomen.

Het is dominee Emad Thabet die de vraag stelt. Hij is
Egyptisch theoloog, voorganger van de Arabische gemeente in Amsterdam in de
Elthetokerk, in Oost. Hij groeide van huis uit calvinistisch op, in die grote
groep van 1 miljoen ‘presbyterian christians’. Zijn kerk ontstond uit
zendingswerk van Schotse en Amerikaanse gereformeerden. ‘Kunnen jullie elkaars
spullen gebruiken? Is er geen ongemak over de heilige plaats in de ruimte?’

Hij spreekt uit ervaring. Voor veel oosterse christenen is
de kerk als zodanig heilige ruimte. Het altaar mag slechts door enkelen genaderd
laat staan aangeraakt worden; eerbied is ingebakken, of, zoals we nu zeggen, zit
in het DNA. Voorbij de ikonenwand komt bijna niemand. Het idee dat op een ander
moment van de zondag andere christenen daar heel anders mee omgaan kost heel
veel moeite. Kerkgebouw delen tussen heel andersoortige kerken is vragen om
moeilijkheden.

De Assyrische kerk van het Oosten valt niet onder de
orthodoxe kerkfamilie. Ikonen vind je niet in haar kerkgebouwen. Andere dingen
zijn wel weer te vergelijken: in de liturgie richt de gemeente zich op het Oosten.
Priesters, altijd man, mogen getrouwd zijn, maar de bisschoppen worden gekozen
uit degenen die als moniaal, monnik, leven. De liturgie is voorgegeven, in een
stramien dat altijd doorgaat, een ruim uur van rust en ruimte in de veranderlijkheden
van de tijd. Rond het altaar vind je alleen mannen met de wijding van akoliet,
diaken of priester.

Maar anders dan bij de orthodoxen: als een priester gewijd
wordt ontvangt hij van de bisschop een stukje ‘heilige grond’. Vanaf
het moment dat hij deze gewijde tegel ergens neerlegt, is deze plaats heilig.
En
raapt hij hem weer op, dan vervalt de wijding van de plaats.

Vandaar dat het ook kan, dat daarvoor en daarna anderen rond
het altaar staan, dat dan voor de NoorderLichtgemeente de tafel heet. Hier
delen we de gebeden, de gaven, brood en wijn – maar de gedachte dat het de
heiligste plaats van de kerk zou zijn leeft niet echt. Heiligheid kent geen
plaats?

De Egyptische dominee hielp ons er nog eens over door te
praten. Zo besef je dat eigenlijk toch ieder wel een gevoel van heiligheid
kent, in de kerk, een gevoel dat boven komt als een kerk van functie verandert.
Of als er een modeshow gepland wordt, of een toneelstuk gaat worden opgevoerd
waar mensen moeite mee hebben.

Een mobiel stukje heiligheid. Dat herkennen we, als we er
langer over denken. Als de kaars ontstoken wordt bij een ziekbed. Als aan boord
van een schip van de marine de dominee of aalmoezenier een kruis op een tafel
zet, en een kelk met gewijd brood. ‘Anders dan alle andere plaatsen’.

Mooi, zulke
gesprekken over wat ons bindt en scheidt. Wie een vreemde kerk op bezoek krijgt
leert zichzelf ook beter kennen! Als ze bij u aankloppen, open dan hart en
deur, en merk hoeveel je elkaar te bieden hebt!

Over ds Emad Thabet in Amsterdam, zie dit artikel in Trouw . Over ‘Kerken delen’, zie het boekje van Skin Rotterdam met deze titel,
waarover ik in een eerder blog schreef.

na de mis, als de priester ‘de heiligheid weer heeft opgeheven’, helpen de kinderen graag mee met het weer opruimen, en het oprollen van de kleden. Deze foto Roel Bosch, de andere Samuel Ibrahim, van de site van de Mar Benyaminparochie.



Fragmentarisch geloven

Kerk en kerkgeschiedenis Posted on za, september 16, 2017 21:49:32

-aantekeningen bij de inaugurele rede van Nicola Slee,
Faculteit Godgeleerdheid VU Amsterdam, 14 september 2017 – *

‘Tafelstraat 13’, dat was het adres en de naam van het
Maastrichts studentenpastoraat waar ik bijna tien jaar werkte. Ooit was ons
middeleeuwse pand de plaats geweest waar de tafels buiten stonden: de armen van
de stad konden daar hun soep en brood halen. Nu was het de ruimte om samen te
koken en te eten, te discussiëren en te zingen, film te kijken en te mediteren,
te filosoferen, te nietsen, te werken, ruzie te maken of verliefd te worden.

De tafel is het beeld dat steeds terugkomt, als Nicola Slee
zoekt naar de plaats van feministische theologie en praktische theologie,
vandaag. Er zijn keukentafels, ronde tafels, familietafels. Maar ook de tafel
waarachter de baas zit, de altaartafel waar alleen mannen welkom zijn. Wég met
de tafel, dus? In deze tijd zijn er twee opties, zo lijkt het, als het gaat om kerk
en theologie. Het oude bewaren, je verzetten tegen kritische vragen, nieuwe
ideeën; of juist alles wat herinnert aan vroeger verwijderen, weggooien. Maar
voor het eerste is er amper ruimte: de oude instituten zijn ingestort, ook al
geven ze het nog niet altijd toe. Maar om nu blij te zijn met vernietiging van een
goed verhaal? Dat helpt ons ook niet verder.

Nicola Slee kiest ervoor om te pendelen tussen beide kanten.
Een dynamisch ‘to-ing and fro-ing’, een
golfbeweging durven te volgen. Ergens in
het kapotgeschoten midden van het Grote Verhaal woont de gewonde onderzoeker,
de gebroken dichter. Ze roept de theologie op om weer te ontdekken hoe haar basis
te vinden is in een ‘disabled God’, een God die zelf gewond, beperkt, getroffen
is. En daar dan ook tussen de scherven te zoeken naar wat van waarde is, elke
scherf omhoog te houden, tegen het licht, en te zien waar die een plaats kan
krijgen.

Komt dan de tafel ons weer te hulp, maar nu die andere, de
tafel van de veelheid? In het Brooklyn Museum staat in een grote zaal ‘the
dinner party’, een feministisch kunstwerk. Een driehoekige tafel biedt plaats
aan drie maal dertien vrouwen, bij name genoemd, grootheden uit de
wereldgeschiedenis. Op de grond liggen driehoekige tegels, met 999 namen van
vrouwen uit de geschiedenis en de mythologie. De borden op tafel spreken in
symbolen van vulva en vlinder. En dan? Wie binnenkomt blijft op afstand staan.
Doet niet zelf mee. Kan alleen maar bewonderen – of zich afkeren.*1

Chicago nodigt ons met deze tafel uit ook verder te kijken.
En wie weet komen we zo ook weer terug bij die andere tafel, met de outsiders,
de armen, leprozen, ‘de hoeren en de tollenaars’, om de bijbeltaal te gebruiken.
De outsiders die binnengesloten, omhelsd worden, verschijnen om de hoek. En de
praktische theologie heeft als taak hen te zien, hen te horen, hun stem tot de
inhoud van de theologie als geheel te maken. De praktijk is de theologie, de
theologie is de praktijk.

Susan Dorothea White, The first Supper.

Dan kan het niet anders of de theologie verandert van taal.
Het óf,
óf
valt weg, in de plaats daarvan komt het dit, maar ook dat: ‘either,
or’ wordt ‘as well as’. En de zoektocht begint, naar de verborgen tafels, de
verborgen altaren. Theologie wordt dan een mooi vak! De poëzie doet mee, de
beeldende kunst. En is, zoals Simone Weil het al zei, niet het woord ‘aandacht’
het hart van zowel de gedreven wetenschappelijk onderzoeker als van de bidder?
Bidden en research, laat ze maar samen gaan. Dan komen er goede dingen op
tafel.

* Fragments
for Fractured Times: what Feminist
Practical Theology brings to the Table.

*1 Zie voor deze opstelling van Judy Chicago: Brooklyn Museum, Elizabeth A. Sackler Center for Feminist Art.



Kerken delen

Kerk en kerkgeschiedenis Posted on za, september 02, 2017 08:27:43

De één woont nu een aantal jaar in Nederland, gevlucht uit
Syrië, en gaat steeds meer de zondagse kerkdienst missen. Thuis was die zo heel
gewoon, die hoorde bij het dorp waar ze vandaan komt. De ander is naar
Nederland gekomen als au-pair, van de Filippijnen, mee met een familie die je
daar goed voor betaalt. Maar waar kan je in je eigen taal God loven, en bidden
voor je kinderen thuis? Nog iemand anders vluchtte uit de bergen van Myanmar, van
het volk van de Karen, lid van een christelijke minderheid die steeds meer
onderdrukt wordt. Is er iemand die samen met jou bijbel wil lezen? En zo wil je
dan opnieuw beginnen, voor je geloof op een nieuwe plaats een herkenbare vorm
zoeken.

Eeuw in eeuw uit komen en gaan mensen grenzen over. In
Nederland kwamen eerder de gevluchte Zwitserse doopsgezinden, de Franse
hugenoten, Duitse luthersen en rooms-katholieken. Ze vonden een kerk als thuis,
soms met moeite, soms met steun óf tegenwerking van de overheid. En nu, hoe
gaat het nu?

Verdwaald in de kerk

De mensen uit het voorbeeld, en tienduizenden andere
christenen van overal en nergens, wonen in Nederland. Vanaf de komst van Chinese
christenen, vaak uit Indonesië, nog in de jaren dertig, begint die stroom op te
vallen. Vaak kunnen enkelingen een goed onderdak vinden in een bestaande kerk,
zeker als de taal geen probleem is. In sommige Waalse gemeenten is de helft van
de leden nu afkomstig uit Afrikaanse Franstalige landen. Maar vaak voelen mensen
zich toch verdwaald in een typisch Nederlandse kerkdienst. Ze missen hun taal,
het contact met mensen die een zelfde achtergrond hebben. Bidden doe je toch
het meest vanzelfsprekend in je eigen eerste taal. Daarnaast is voor hen zondag
echt een dag voor ontmoeting, maaltijd met anderen, kinderen die samen spelen,
ontmoeting van familie en vrienden, van enkelingen en groepen. Maar waar? Een
buurthuis huren mag soms niet eens meer – ‘we doen niet aan religie’, zegt de
overheid dan…

Gelukkig zijn er veel plaatsen in Nederland waar christenen
elkaar helpen. De baptisten in Ede die de Karen-christenen in hun ruimte laten,
een protestantse wijkkerk in Utrecht waar de Chinese christenen onderdak
vinden, de Nederlands-gereformeerde kerk
in Dordrecht waar ook Vietnamezen gebruik van maken, de Nigeriaanse
Breakthrough Sanctuary Parish uit Nigeria die in Den Haag een kerk van de
protestantse gemeente overneemt. En, in Zeist, de Mar Benyaminparochie die de
NoorderLichtkerk deelt met een van de gemeente van de Protestantse Gemeente
Zeist.

Kerken delen

Over deze en meer projecten is een boekje uitgekomen,
‘Kerken delen’. Het gaat uit van de koepelorganisatie die christenen met elkaar
verbindt. Interviewers als Madelon Grant, Hans Eschbach, Arnold van Heusden
schetsen beelden van heel verschillende geloofsgemeenschappen. Soms gaat het om
gezamenlijk gebruik, soms om verkoop, soms om een ruiling. Maar er zijn ook wel
een paar dingen die in alle gevallen opgaan. Voorop staat de overtuiging dat we
als christenen, zusters en broeders, aan elkaar zijn toevertrouwd. Daarna komt
het zakelijke. Soms is er weinig geld. Binnen een migrantengemeenschap zijn de inkomens
vaak laag, en dan hebben ze ook nog eens de wil om familie die achterbleef te
ondersteunen. Vaak is dan wel weer praktische hulp mogelijk: het regelmatig
schoonmaken van de kerkzaal, het naaien van nieuwe kleedjes voor de tafel.

Daarnaast is het ook steeds belangrijk om goed en open
contact te hebben. Voor Nederlanders kan het nodig zijn dat ze zich afvragen:
heb ik dit op de goede manier gevraagd? In veel culturen is ‘nee-zeggen’ heel
onbeleefd, en op een voorstel dat niet goed uitkomt krijg je dan dus geen
reactie… Er zijn ook heel praktische vragen, over gebruik van
geluidsinstallatie, kerkomroep, doopvont. Voor sommige kerken is de ruimte waar
de priester staat, rond het altaar, heilige grond, en dan moet je daar kort
voor hun dienst niet nog even overheen gaan lopen om iets op te halen. Mensen
komen naar deze diensten vaak vanuit een grote omgeving, misschien wel het hele
land. Houd er maar rekening mee dat ze eten en drinken, contact hebben, rond
het weggaan nog een poosje buiten napraten. Weten de buren van de kerk daar dan
ook van?

Verwondering

Wat je proeft in alle verhalen: de verwondering. Wij geloven
één heilige, algemene, christelijke kerk? Hier kom je opeens in je eigen gebouw
andere gestalten van die kerk tegen. Dan merk je dat dat woord ‘algemeen’ niet
zomaar een woord is, maar dat daar eigenlijk ‘kat-holiek’ staat, dat is: over
het geheel van deze aarde uitgestrekt. Als in de ene gemeente verdriet is,
leeft de andere mee. Bij een aanslag in Syrië bidden de Nederlandse broeders en
zusters mee met hun Assyrische geloofsgenoten. De tegenslagen van het volk van
de Karen in Myanmar krijgen voor de baptisten in Ede een gezicht. En misschien
klinkt zo’n naam van een Nigeriaanse kerk wel wat lang en overdreven:
Breakthrough Sanctuary Parish. Maar dat de kerk een ‘sanctuary’ mag zijn, een
heilige veilige vluchtplaats, dat is toch een boodschap op zich! Zo kijken, met
de ogen van anderen, kan ook ‘oude kerken’ helpen om opnieuw te beginnen.

In de Chinese kerk in Utrecht hangt dit bord aan de muur: om dank te delen. In elke kerk, en zeker die uit andere culturen, vind je elementen die nieuw zijn, op andere ideeën brengen!

In mei werd dit boekje aangeboden aan dr. René de Reuver, de
scriba van de Protestantse Kerk Nederland, die als predikant in Den Haag ook
zo’n kerk-deling had meegemaakt. Het is een initiatief van SKIN Rotterdam
(SKIN=Samen Kerk In Nederland), van Kerken voor Kerken, van Sopak en van
netwerk Connecting Churches. Er staan ook wijze adviezen in van een
vastgoedkenner en een notaris. Het is een uitgave van Kameel.nl .
Ds Rneé de Reuver neemt het boek ‘Kerken delen’ in ontvangst, uit de handen van de voorzitter van Kopak, pastor Ola Asubiaro.

Dit artikel verscheen in Opgang september 2017, themanummer Opnieuw Beginnen.



Verlangen naar het levenseinde?

Kerk en kerkgeschiedenis Posted on do, mei 04, 2017 21:39:13

Een kleine veertig mensen zaten in een
grote kring, in de Shalomzaal. Wat onhandig gevormd, die kring, omdat er steeds
meer mensen bijkwamen. Tegelijk een mooi beeld van de avond: iedereen is
welkom, je kunt alles niet op en top organiseren. Het leven overkomt ons, de
vragen dienen zich aan, en dan?

‘Voltooid leven’, zo luidde het thema
van de avond. Tja, dat kan een hoop filosoferen oproepen, wat is ‘voltooid’,
maar eigenlijk ging het daar niet over. Het ging over de vraag hoe je omgaat
met de opmerking van een ander: voor mij hoeft het niet meer. Ds. Fia Oomen,
pastor in o.a. verpleeghuis Bovenwegen, hielp ons hier woorden voor te vinden.
Of juist: hoe je niet altijd ‘woorden’ hoeft te vinden. Ze knoopte aan bij ‘Wachten
op God’ van Simone Weil. Zij had een bijzondere visie op luisteren naar een
mens die zijn verdriet kwijt wil. Daarvoor is nodig dat je jezelf leeg maakt.
En dat je in dat leegmaken wacht op God, op datgene waarmee Hij je vult op dat
moment in het luisteren naar die ander.

Dat leegmaken van jezelf is iets wat je
kunt leren, waar je je in kan oefenen. Het begint er al mee dat je niet direct
een antwoord hoeft te geven, maar je afvraagt: wat doet deze vraag met mij? En
stil durft zijn, en de ander wilt kennen in de achtergrond van deze opmerking.
Want daar zit een wereld achter en onder. Kijk maar naar het Paasverhaal, de
ontmoeting van die Onbekende met Maria: ‘Waarom huil je?’, was de openingszin,
geen verhaal, maar een vraag naar het zielsverdriet.

Na het verhaal van Fia was het stil, een
stilte van overdenken, eerbied, rust, bezinken. Daarna gingen we in zes
groepjes in gesprek, gesprekken die vol respect, aandacht, openheid waren –
waarover daarna ook niet meer gepraat hoefde te worden. We nemen het mee naar
huis, en de gedachte eraan komt vast wel terug, op momenten waarop het er toe
doet.

Fia keek nog terug, op haar lezing. Wat
noemde ze vaak het woord ‘toevertrouwen’. Is dat, omdat spreken over deze
dingen zoiets is als samen op Heilige Grond staan? Dat konden we zo wel ervaren.
Woorden als eerbied voor de ander, de Ander, komen daarin vanzelfsprekend mee.

Nog andere woorden kwamen op als gidsen
onderweg in onze ontmoetingen. Naast ‘autonomie’, ‘geloofstraditie’, ook
‘liefde’, ‘verwondering’, ‘relaties’. En bedachten dat we moeten leven met
trage vragen, van een heel andere orde dan vragen waar je zo in één keer een
antwoord op wilt geven.

Soms horen daar ook trage teksten bij.
We hoorden de tekst met ‘het einde ligt wijd open’, 949, van Fred Kaan. En
sloten af met de zegenbede uit het Liedboek, p. 1335,
‘Dat je de vruchten van je leven proeft
en gaat in vrede.’

Fia maakte nog een lijstje met
literatuur; dat staat hier onder!

Literatuurlijst boekentafel 2 mei NoorderLicht, avond over voltooid
leven.

Oud geboren om jong te sterven,
Ouderenzorg en levensverhaal: onder redactie van Gerda Breed, Jos Deckers en
Maarten den Dulk.

Over het verstrijken van de tijd,
Een kleine ethiek van de tijdservaring: Paul van Tongeren

Als leven wachten wordt:
wonen en werken in het tehuis, Marinus van de Berg

Wachten op God, Simone Weil

Wanneer begint afscheid nemen:
Christina Donker

Voor de laatste tijd, Samen
werken aan een goede dood, Marinus van de Berg

Geef me de tijd, Gedichten
over de herfst van het leven: Rainbow essentials

In de wachtkamer van de dood:
Anne-Mei The

Wat komt er na de dood: De
kunst van leven en sterven: Anselm Grun

Voltooid leven, over leven
en willen sterven: Els van Wijngaarden

De dood overleven: Theo
Vertelman

Als de schaduwen langer worden:
Psychologische perspectieven op ouder worden en oud zijn: Alfons Marcoen

Van levenskunst tot
stervenskunst
, Over spiritualiteit in de palliatieve zorg: Carlo Leget

Het verleden als uitdaging:
Thijs Tromp

Staan in het einde, over het
beamen en verdiepen van de ouderdom: Herman Andriessen

De tijd te vriend houden,
spiritualiteit bij het ouder worden: Herman Andriessen

Een eigen weg te gaan,
ouderen en spiritualiteit, Herman Andriessen

De mythe van het voltooide leven:
Over de oude dag van morgen: Frits de Lange

Waardigheid, voor wie oud
wil worden: Frits de Lange

Spiritualiteit als inzicht,
Mystieke gedachten en theologische reflecties: Frans Maas

Spiritualiteit als levenskunst,
Alfabet van een monnik, Benoit Standaert

Als de ouderdom pijn doet…,
serie pastorale handreiking, Marinus van de Berg



Volgende »