-overdenking bij Bachcantate 176, voor zondag Trinitatis,
en bij de tekst voor zondag Trinitatis, Johannes 3:1-15.

Bach barokensemble, o.l.v. Paulien Kostense, 26 mei 2024, Zeist, NoorderLichtkerk

Zo, de Drie-eenheid! En maakt Bach het alleen nog maar moeilijker? Met niet alleen pittige uitspraken over God, maar ook over de mens? ‘Es ist ein trotzig und verzagt Ding, um aller Menschen Herze.‘ Het hart van de mens is koppig, trots, schrikachtig, bang. Zo begint hij. Natuurlijk, dat is een schets van Nikodemus die het daglicht schuwt, en zijn reputatie, en daarom wacht tot het donker is voordat hij Jezus bezoekt. Maar zo, hier, is het meer, een beeld van De Mens, en daarom het motto van de hele cantate.
De leer, het dogma van de Drie-eenheid wordt vaak gezien als heftigste en onmogelijkste van de christelijke theologie. Het boeiende is dat in de jaren ‘60 van de vorige eeuw de theologie er opnieuw naar is gaan kijken. Na eeuwen van mannelijke dominantie, hiërarchie, scherpe grenzen, vastgezette stellingen, oriënteerden wereldwijd theologen, in de kringen van bevrijdingstheologie, feministische en gendertheologie zich op de relationele, bewegelijke, communicatieve kracht van spreken over God. En ze keken naar hoe in volksgeloof, kunst, muziek ‘God’ gesproken, gezongen, geschilderd, gedanst wordt.

De keltische traditie spreekt over God als een boom, in drieën, wortels onzichtbaar, stam om tegen te leunen, takken boven ons hoofd, of als een klavertje, drie blaadjes, één blad,

in de orthodoxe traditie verbeeldt het ikoon van Roeblev God, als die drie gasten die bij Abraham onder de boom aan tafel zitten, elk van de drie met hand en voet en blik weer gericht op de anderen, een eeuwige conversatie die het gesprek en de liefde tussen mensen mogelijk maakt,

en in ons liedboek kwam het lied van de dans van de Drie-eenheid terecht, op de dansvloer waar de liefde leidt en waar de hoop ons wacht. (Lied 706, Dans mee met Vader, Zoon en Geest)

God als relatie, als beweging, als delen van inzicht, macht, gezag, liefde, als een zucht naar heelheid in verscheidenheid en verbondenheid – voor de man-met-gezag Nikodemus is dat een angstig avontuur. ‘Jij moet weer helemaal opnieuw beginnen,’ zegt Jezus tegen hem, ‘kopje onder, opnieuw geboren, want met jouw grote zoektocht naar de Ene Waarheid mis je de bron van leven zelf, die bewegelijke en relatiegerichte God. Geen wonder dat je trotzig und verzagt bent, stakker, laat los, en kom in Gods beweging te staan.’
Bach doet mee. Her en der in deze cantate gaat het sprankelen. Zoals in de laatste twee regels van het recitatief van Nikodemus zelf, door de bas gezongen. Een recitatief reciteert, elke regel één keer – maar hier moet het wel verdubbelen, en dansen de woorden ‘glauben’ en ‘nicht verloren’ als in een aria door de tekst heen.
En voor het slotkoraal neemt hij uit de Lutherse traditie dat vreemde patroon van het lied van de Doop van Jezus in de Jordaan, ‘Christ unser Herr zum Jordan kam’, 3×3 regels, zodat het is alsof Nikodemus alsnog opnieuw geboren wordt, door het water van de doop, en kan opstaan tot een leven in de drie-eenheid van geloof en hoop en liefde.
Als ook na nu de goddelijke Drie-eenheid een raadsel blijft,
met deze drie-eenheid van geloof en hoop en liefde kunnen we toch vast verder. In Gods naam.
Amen.

Verbindende tekst, tussen cantate en ‘Bitten’, een gebed op muziek van CPE Bach:
In het begin, God,
vormde u mijn ziel
en zette haar schering vast.
U vormde mijn lichaam en blies het de adem in.
Vernieuw me
naar het beeld van uw liefde.
Grote God, schenk me uw licht.
Grote God, schenk me uw genade.
Grote God, schenk me uw vreugde
en laat me zuiver zijn, gewassen
in het bad van uw heelheid.*


Bij het slot een zegenbede geïnspireerd door een sonnet van Malcolm Guite**:
We gaan verder,
improviseren nu door, met ieder de eigen levensmuziek,

dat we er bij kunnen dansen,
in de drieklank van alles wat goed en waar en liefdevol is,
met Gods muziek
boven ons, naast ons, in ons.
Amen

* ‘In het begin’ – tekst naar fragmenten uit Carmina Gadelica, Songs of the Gaul, teksten en liederen van de Hebriden, verzameld door Alexander Carmichael rond 1900, m.n. Morgengebed, p. 41. Opgenomen in ‘Er zijn, keltisch-christelijk geloven’, Roel Bosch 2013, p. 119.

**Malcolm Guite, Sounding the Seasons
Seventy Sonnets for the Christian Year, Canterbury Press
https://malcolmguite.wordpress.com/2024/05/26/a-sonnet-for-trinity-sunday-11/